Met pensioen

Wanneer u met pensioen gaat – op dit moment is de pensioenrichtleeftijd de eerste dag van de maand waarop u 68 jaar wordt maar met de mogelijkheid dit te vervroegen tot bijvoorbeeld uw AOW-leeftijd –, ontvangt u van het Pensioenfonds Wolters Kluwer Nederland uw ouderdomspensioen. U krijgt uw ouderdomspensioen maandelijks uitgekeerd. Dit ouderdomspensioen ontvangt u tot u overlijdt.

Naast uw pensioenuitkering heeft u bij het bereiken van de AOW-leeftijd overigens ook recht op een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De ingangsdatum van de AOW is per 1 januari 2021 de dag waarop u 66 jaar en 4 maanden wordt en schuift daarna geleidelijk op naar 67 jaar in 2025. Beide voorzieningen vormen (naast eventuele eigen verzekeringen of financiële middelen of nog eventuele inkomsten uit arbeid) uw inkomen na pensionering.

AOW-uitkering

De AOW-uitkering (Algemene Ouderdomswet) is een wettelijke regeling en iedereen die in Nederland woont en/of werkt heeft hier vanaf zijn AOW-datum recht op.

De hoogte van deze uitkering is gekoppeld aan het sociaal minimum en is afhankelijk van uw gezinssituatie en uw arbeidsverleden. Heeft u namelijk niet 50 jaar voorafgaand aan uw AOW-datum in Nederland gewoond en/of gewerkt, dan is uw AOW-uitkering lager.

Bovendien is de AOW de laatste jaren versoberd. Zo is vanaf 2015 de AOW-toeslag als er sprake is van een jongere partner vervallen. Ook is de ingangsdatum van de AOW stapsgewijs verschoven van de dag van uw 65e verjaardag naar de dag van uw 66e verjaardag en 4 maanden en in 2024 naar 67 jaar. Vanaf 2025 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. De ingangsdatum van de AOW-uitkering wordt steeds met enkele maanden verhoogd. U ontvangt uw eerste AOW-uitkering op de dag dat u de AOW-leeftijd bereikt. Als u een andere uitkering (zoals bijvoorbeeld WW, WIA of WAO) heeft, stopt deze één dag eerder. In onderstaande tabel is de AOW-leeftijd volgens de huidige regeling opgenomen.

Het voortdurend opschuiven van de AOW-leeftijd heeft ook gevolgen gehad voor de pensioenregeling van WKNL. In 2018 is de pensioenrichtleeftijd verhoogd naar 68 jaar, maar wel met de mogelijkheid voor u de ingang weer te vervroegen tot bijvoorbeeld uw AOW-leeftijd. Wie door de verhoging van de AOW-leeftijd tijdelijk niet genoeg inkomen heeft, komt mogelijk in aanmerking voor een bijstandsuitkering bij de gemeente of kan een overbruggingsuitkering bij de Sociale Verzekeringsbank aanvragen (een renteloze lening die verrekend wordt met latere AOW-uitkeringen).

Meer informatie over de AOW kunt u lezen op de site van de Sociale Verzekeringsbank www.svb.nl. Deze instantie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de AOW.

Als u in Nederland staat ingeschreven bij de gemeente, krijgt u zes maanden voor uw AOW-leeftijd een brief thuisgestuurd. In deze brief staat dat u online uw aanvraag kunt indienen bij de SVB.

Opgebouwd pensioen

Hoeveel het door u bij het pensioenfonds van Wolters Kluwer Nederland opgebouwde ouderdomspensioen bedraagt, kunt u terugvinden op uw UPO of jaarlijkse uniforme pensioenoverzicht in het blok ‘Opgebouwd pensioen’ onder de kop ‘Welk pensioen kunt u verwachten?’

Al deze keuzes leveren een grote variëteit van uitkomsten op, die niet in een eenvoudig overzicht te verwerken zijn. Op de website van het pensioenfonds staat een rekenmodel waarmee u zelf de gevolgen van uw keuzes op de hoogte van uw ouderdomspensioen kunt berekenen. Als u hulp nodig heeft, dan kunt u altijd contact opnemen met het pensioenbureau.

Kiezen

Hoeveel pensioen u daadwerkelijk krijgt uitgekeerd, hangt helemaal af van de keuzes die u, samen met uw eventuele partner, maakt.

De pensioenregeling van WKNL biedt u namelijk de mogelijkheid flexibel met uw ouderdomspensioen om te gaan.

U kunt bijvoorbeeld:

  • Eerder met pensioen gaan;
  • Later met pensioen gaan;
  • Kiezen voor deeltijdpensioen;
  • De eerste jaren na uw pensionering een wat hogere maandelijkse uitkering aanvragen en daarna een wat lagere maandelijkse uitkering, of andersom;
  • Kiezen voor wel of geen partnerpensioen en
  • Zelf de verhouding tussen het ouderdoms- en partnerpensioen bepalen.

Al deze mogelijkheden beïnvloeden de hoogte van uw ouderdomspensioen.

Automatisch bericht

Als u nog in Nederland woont, ontvangt u uiterlijk zes maanden voordat u de AOW leeftijd bereikt, bericht van het pensioenfonds van Wolters Kluwer Nederland over de keuzes die u dient te maken. Bent u inmiddels naar het buitenland verhuisd en uw adresgegevens zijn niet bij het pensioenfonds bekend, dan moet u zelf contact opnemen met het pensioenfonds.

Ga voor uzelf na of u mogelijk nog pensioenaanspraken heeft bij vorige pensioenuitvoerders. Als dit het geval is, moet u natuurlijk met hen contact opnemen.

Eerder met pensioen gaan

U kunt uw pensioen eerder laten ingaan. Als u voor uw 68e jaar met pensioen gaat, beïnvloedt dit de hoogte van de uitkeringen van uw ouderdomspensioen. Allereerst bouwt u over de periode dat u eerder met pensioen gaat geen pensioen meer op. Daarnaast moet het al opgebouwde pensioen over een langere periode uitgekeerd worden. U gaat er namelijk eerder gebruik van maken. Dit betekent dat uw pensioenuitkeringen lager zullen zijn. Per jaar dat uw pensioen eerder ingaat zal de uitkering circa 4 tot 5% lager zijn dan het opgebouwde bedrag bij 68 jaar.
Meer informatie is te vinden in Artikel 20 lid 1 van het pensioenreglement

Deeltijd pensioen

Een andere mogelijkheid is om voor uw 68e gedeeltelijk met pensioen te gaan en gelijktijdig in deeltijd te blijven werken. Dit heet deeltijdpensioen.
Meer informatie is te vinden in Artikel 20 lid 1 en 2 van het pensioenreglement

Variëren in hoogte van de pensioenuitkeringen 

Indien u verwacht de eerste jaren na uw pensionering meer inkomen nodig te hebben, omdat u bijvoorbeeld wilt gaan reizen of u wilt uw huis opknappen, dan kan dat. Uw pensioenuitkeringen kunnen gedurende een periode van vijf of tien jaar aansluitend op de pensioeningangsdatum hoger zijn dan in de periode daarna. Andersom is eveneens mogelijk als u bijvoorbeeld na uw pensionering nog blijft werken. De uitkeringen kunnen in het begin lager zijn dan in de periode daarna. U kunt hier echter niet onbeperkt in variëren. De laagste uitkering mag niet minder zijn dan 75% van de hoogste uitkering.
Meer informatie is te vinden in Artikel 20 lid 4 van het pensioenreglement

Kiezen voor wel of geen partnerpensioen

In de pensioenregeling van Wolters Kluwer Nederland is tijdens uw dienstverband het partnerpensioen (het pensioen dat uw partner ontvangt als u komt te overlijden) op risicobasis meeverzekerd. Als u met pensioen gaat, komt u voor de keuze te staan wel of niet een deel van uw opgebouwde ouderdomspensioen te gebruiken voor een partnerpensioen. Als u na uw pensionering komt te overlijden, heeft uw partner geen recht op uw ouderdomspensioen. Het eventueel meeverzekerde partnerpensioen is namelijk de pensioenvoorziening voor uw partner bij uw overlijden. (Zie onderwerp ‘Overlijden’, onder de kop ‘Overlijden na pensionering’.) Op uw pensioenoverzicht staat onder de kop ‘Uitkering bij pensionering’ de hoogte van uw ouderdomspensioenuitkering met en zonder partnerpensioen vermeld. Bij deze bedragen is uitgegaan van een standaardregeling in het pensioenreglement dat het partnerpensioen 70% van het verlaagde ouderdomspensioen bedraagt.

Kosten inkoop partnerpensioen

Voor de uitkeringen van het partnerpensioen wordt een deel (15,96%) van het
‘te bereiken pensioen’ ingeruild voor het partnerpensioen. Verder beïnvloedt ook het leeftijdsverschil tussen u en uw partner de kosten van inkoop van een partnerpensioen. Bij een jongere partner zijn de kosten van inkoop van een partnerpensioen wat hoger dan bij een oudere partner. 

Dit heeft te maken met de langere, respectievelijk kortere levensverwachting van uw partner. Zijn u en uw partner even oud dan zijn de totale kosten van inkoop van een partner-pensioen 15,96%. Heeft u een jongere partner dan komt daar een korting van 1% per vol jaar leeftijdsverschil bij. Bij een oudere partner is er een toeslag van 1% per vol jaar leeftijdsverschil. De hoogte van het partnerpensioen bedraagt uiteindelijk 70% van het verlaagde ouderdomspensioen.

Voorbeeld partnerpensioen bij overlijden na pensionering:

Stel u bent op 1 februari 68 jaar geworden en met pensioen gegaan. U bent getrouwd en uw partner is drie jaar ouder. Op uw pensioendatum heeft u
€ 23.000 ouderdomspensioen opgebouwd en moet u de volgende keuze maken:
■ Of de opgebouwde € 23.000 in twaalf gelijke maandelijkse betalingen uitgekeerd krijgen en na uw overlijden geen uitkering van een partnerpensioen voor uw partner, 
■ Of 15,96% van de opgebouwde € 23.000 inruilen (plus een korting of toeslag in verband met een leeftijdsverschil met uw partner) voor een
partnerpensioen zodat uw partner ook na uw overlijden een uitkering krijgt. U en uw partner hebben er samen voor gekozen een partnerpensioen te verzekeren. De berekening hiervan is als volgt:
■ Het opgebouwde ouderdomspensioen van € 23.000 wordt met 15,96% verlaagd voor een partnerpensioen. Dit is dan € 23.000 × 0,8404 =
€ 19.329,20.
■ Omdat uw partner drie jaar ouder is, krijgt u een toeslag van 3%. Dit wordt dan (€ 19.329,20 × 1,03 =) € 19.909,08.
■ Deze € 19.909,08 bruto per jaar is uw levenslange verlaagde ouderdomspensioen.
■ Na uw overlijden krijgt uw partner een levenslang partnerpensioen uitgekeerd van (70% van € 19.909,08 =) € 13.936,36 bruto per jaar.

Verhouding ouderdoms- en partnerpensioen

Het is ook mogelijk voor een andere verhouding tussen het ouderdoms- en partnerpensioen te kiezen dan de standaard 70%, namelijk:

■ Na overlijden van een van de partners krijgt de langstlevende partner een uitkering van 75%, ongeacht of u of uw partner eerder komt te overlijden. In vergelijking met de standaardregeling is in dit geval de uitkering van uw ouderdomspensioen en het partnerpensioen hoger.
■ De uitkering blijft steeds dezelfde, ongeacht of beide of slechts één der partners in leven is. In vergelijking met de standaardregeling is in dit geval de uitkering van uw ouderdomspensioen lager en het partnerpensioen hoger.

Als u kiest voor een andere verhouding, heeft dit gevolgen voor de hoogte van uw ouderdomspensioenuitkering.

Meer informatie is te vinden in Artikel 20 lid 3 en 7 van het pensioenreglement

Voorbeeld van een andere verhouding tussen ouderdoms- en partnerpensioen:

Stel u heeft een ouderdomspensioen van € 23.000 bruto per jaar. Omdat u en uw partner gekozen hebben voor een 70% partnerpensioen, bedraagt uw
verlaagde ouderdomspensioen € 19.909,08. Na uw overlijden ontvangt uw drie jaar oudere partner een partnerpensioen van € 13.936,36 bruto per jaar.
(Voor de berekening hiervan zie ‘Kiezen voor wel of geen partnerpensioen’ eerder in dit hoofdstuk.)

■ Als u en uw partner hadden gekozen voor een uitkering van 75% aan de langstlevende partner, had u een ouderdomspensioen gehad van € 20.453,95
bruto per jaar. Als uw partner vóór u komt te overlijden wordt dit verlaagd naar € 15.340,46 bruto per jaar. Dit is ook het bedrag dat uw partner
ontvangt als u eerder komt te overlijden.
■ Indien u en uw partner hadden gekozen voor een steeds gelijkblijvende uitkering, dan had dit geresulteerd in een uitkering van € 18.634,55 bruto
per jaar zolang één van beide partners nog in leven is.

Als u gebruik wilt maken van (één van) de keuzemogelijkheden moet u dat samen met uw partner drie maanden voor de door u beoogde pensioendatum
schriftelijk en door beiden ondertekend bekendmaken aan
het pensioenfonds. Een kopie van het identiteitsbewijs van uw partner moet toegevoegd worden. 

Hoewel SPWKN haar website met de grootst mogelijke zorgvuldigheid heeft samengesteld, aanvaardt het fonds geen aansprakelijkheid voor onjuistheid en/of onvolledigheid van de informatie op de website en het gebruik en interpretatie daarvan.

Contact

Postbus 23
7400 GA  Deventer
Nederland

Tel. 0570-648081
pensioenfonds@wolterskluwer.com
www.pensioen-wk.nl

Ontwerp en realisatie: SYGIT