Uitkomst haalbaarheidstoets 2018

|  FINANCIEEL | UITKOMST HAALBAARHEIDSTOETS 2018


Uitkomst haalbaarheidstoets 2018


Het nieuwe Financiële Toetsingskader (nFTK)
De overheid heeft vanaf 1 januari 2015 nieuwe wettelijke eisen (het zogenoemde nFTK) opgesteld voor pensioenfondsen. Deze eisen moeten ervoor zorgen dat de hoogte van de pensioenuitkeringen stabieler wordt. Om toekomstige schokken (bijvoorbeeld op de financiële markten of bij een verder stijgende le-vensverwachting) beter op te kunnen vangen, moeten pensioenfondsen onder andere hogere buffers aan-houden. Het aanhouden van hogere buffers heeft tot gevolg dat pas bij hogere dekkingsgraden kan worden overgegaan op het verhogen (indexeren) van de pensioenen. Daar staat tegenover dat hogere buffers er ook voor zorgen dat de pensioenuitkeringen minder snel verlaagd hoeven te worden. Moeten de pensioen-uitkeringen toch worden verlaagd, dan mag deze verlaging eventueel worden uitgesmeerd over een periode van meerdere jaren.
Daarnaast is er een beleidsdekkingsgraad geïntroduceerd. Dit betekent dat bij het nemen van beslissingen door het pensioenfondsbestuur niet hoeft te worden uitgegaan van de feitelijke dekkingsgraad op de peildatum, maar van de gemiddelde dekkingsgraad over de laatste 12 maanden. Het beleid wordt daardoor stabieler en minder afhankelijk van 'dagkoersen'.

Invoering van de jaarlijkse haalbaarheidstoets
Tevens is in het nFTK de zogenoemde haalbaarheidstoets geïntroduceerd. In de haalbaarheidstoets dienen pensioenfondsen op basis van een door De Nederlandsche Bank voorgeschreven set van 2.000 toekomstige economische scenario's het beleid door te rekenen. De jaarlijkse toets wordt uitgevoerd om na te gaan of het verwachte pensioenresultaat op basis van de gekozen beleggingsmix in lijn ligt met de vastgestelde risicohouding van het fonds. Kort gezegd komt het er op neer dat de haalbaarheidstoets moet laten zien of het pensioenfonds, gezien de financiële opzet, de toeslagambitie die het heeft ook daadwerkelijk tegen acceptabele risico’s kan behalen. Als bij de jaarlijkse toetsing zou blijken dat de verwachte resultaten aanzienlijk afwijken van de voorgaande jaren, dan zal het bestuur van het pensioenfonds hierover in overleg moeten treden met de belanghebbenden binnen en buiten het pensioenfonds.

De belangrijkste doelstelling van Stichting Pensioenfonds Wolters Kluwer Nederland (hierna: fonds) is het geld dat aan het fonds is toevertrouwd zo te beheren, dat alle (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden nu en in de toekomst een goed pensioen wordt geboden. Daarbij is het de ambitie toeslagen te verlenen (indexatie) op de opgebouwde pensioenaanspraken en de al ingegane pensioenen op basis van maximaal de prijsindex (een zogenoemd waardevast pensioen). Deze ambitie is vertaald in de pensioenregeling, die het fonds zorgvuldig en kwalitatief zo goed mogelijk uitvoert.

In mei 2018 heeft het fonds de haalbaarheidstoets uitgevoerd. De haalbaarheidstoets geeft een indicatie of, over een periode van 60 (!) jaar gerekend, de verhoging van de pensioenuitkeringen naar verwachting de prijsindex (prijsinflatie) zal bijhouden. De uitkomsten van de haalbaarheidstoets geven, op basis van het huidige beleggings- en risicobeleid van het fonds, aan wat het pensioenresultaat (* zie definitie hieronder) zal zijn ten opzichte van een jaarlijks volledig geïndexeerd pensioen.


 

Zoals hierboven vermeld, heeft de komst van het nFTK geleid tot aanpassingen van het toeslagbeleid en het kortingsbeleid van het fonds (het uitgewerkte toeslagen- en kortingsbeleid van het fonds kunt u hier bekijken ... lees meer »).

In het beleggingsbeleid van het fonds is naar aanleiding van de inwerkingtreding van het nFTK ook de risi-cohouding explicieter vastgelegd. Met die risicohouding bedoelen we dat het bestuur van het fonds, na overleg met de sociale partners en het verantwoordingsorgaan, heeft bepaald hoeveel risico het fonds bereid is te nemen voor een hoger verwacht rendement. Dat doet het bestuur door een zogenoemde beleggingsmix vast te stellen. Wordt veel in aandelen belegd, dan zijn de verwachte rendementen hoger, maar kunnen de rendementen (zeker op korte termijn) ook negatief uitvallen, waardoor het fonds de pensioenen sneller zal moeten verlagen. Wordt veel in obligaties belegd, dan zijn de verwachte rendementen lager, maar is de kans op grote uitslagen in de dekkingsgraad kleiner. Het bestuur streeft naar een evenwicht tussen een ‘zeker’ pensioen (om verlagingen te voorkomen) en de kans op indexatie van de pensioenen.
Daarnaast is ieder pensioenfonds verplicht te werken op basis van een zogenaamde Actuariële en Bedrijfs-technische Nota (ABTN). Deze nota wordt jaarlijks aangepast aan eventuele gewijzigde omstandigheden en nieuw beleid (de ABTN kunt u hier bekijken..
. lees meer »).

Wat was de uitkomst van de haalbaarheidstoets 2018 van het fonds en wat betekent dit?
De haalbaarheidstoets die het fonds in mei 2018 heeft uitgevoerd, geeft aan dat vanwege de huidige financiële positie van het fonds er vooral in de eerstkomende jaren een ‘achterstand’ qua pensioenresultaat ontstaat en er naar verwachting geen sprake zal zijn van volledig geïndexeerde pensioenen. Voor de (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden betekent dit dat het pensioen onder normale omstandigheden de eerstkomende 5 tot 10 jaar gedeeltelijk zal worden geïndexeerd en dat de prijsinflatie niet geheel zal kunnen worden bijgehouden.
Als we uitgaan van de in de haalbaarheidstoets voorgeschreven planningshorizon van 60 jaar, ziet het beeld er een stuk positiever uit. Voornamelijk als gevolg van het alsnog toekennen van in het verleden opgelopen indexatie-achterstanden, zal er op deze lange termijn naar verwachting wel volledig geïndexeerd worden.

Het fonds hanteert een strategische beleggingsmix van 65% vastrentende waarden (staatsobligaties en bedrijfsobligaties) en 35% zakelijke waarden (aandelen, vastgoed en private equity). Daarmee komt het fonds volgens de uitkomst van de haalbaarheidstoets 2018 over de hierboven genoemde planningshorizon van 60 jaar uit op een gemiddeld pensioenresultaat van 100,5%.

Het vaststellen van het pensioenresultaat in een haalbaarheidstoets is een momentopname en het moge duidelijk zijn dat deze uitkomst geen garantie geeft dat het fonds dit niveau van toeslagen altijd zal realiseren. Daarnaast is het goed nogmaals te benadrukken dat het pensioenresultaat van 100,5% betrekking heeft op een gemiddeld pensioenresultaat dat berekend is over een heel erg lange periode en uitgaat van een (wettelijk voorgeschreven) uniforme scenarioset van 2.000 scenario’s. Als de economie zich slechter ontwikkelt dan het in de rekensommen veronderstelde gemiddelde van de economische scenario’s en als we de periode waarin we vooruit rekenen beperken, wordt de uitkomst van het pensioenresultaat naar beneden bijgesteld en is zelfs een korting of een pensioenverlaging niet uit te sluiten.
De uitkomst en deze toevoeging geeft aan dat het fonds zeker geen te hoge of onrealistische verwachtingen wil scheppen.

Met de haalbaarheidstoets van 2018 is getoetst of de uitkomsten nog binnen de grenzen van de in 2015 uitgevoerde aanvangshaalbaarheidstoets vallen:
•    Het pensioenresultaat van de haalbaarheidstoets 2018 voor het mediaan scenario is gelijk aan 100,5% en is daarmee hoger dan de
      in de aanvangshaalbaarheidstoets van 2015 vastgestelde ondergrens van 82%.
•    De afwijking van het pensioenresultaat in de haalbaarheidstoets 2018 in het slechtweerscenario is gelijk aan 30% (en is daarmee
      lager dan de in de aanvangshaalbaarheidstoets van 2015 vastgestelde maximale afwijking van 35%).

De conclusie is dat de uitkomsten van de haalbaarheidstoets 2018 boven de in 2015 in de ABTN vastgestelde ondergrenzen liggen. Deze ondergrenzen hoeven dus niet te worden bijgesteld.


(Gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden die geïnteresseerd zijn in de exacte resultaten van de haalbaarheidstoets van Stichting Pensioenfonds Wolters Kluwer Nederland, kunnen deze opvragen bij het pensioenbureau (pensioenfonds@wolterskluwer.com).





HomeActueelWerknemersEx-werknemersGepensioneerdenEnglishBesloten deelSitemap